Graven, baronnen en heren rond de baronie van Acquoy 1555

Acquoy Op bovenstaande kaart zien we 11 soevereine steden en dorpen rond de Baronie van Acquoy.

Elk gebied had zijn eigen regering waarvan de macht in handen was van een graaf, baron, heer of abt.

Rond 1550 waren dat:

1. Heerlijkheid Hagestein, heer Willem I van Oranje.
2. Land van Vianen, heer Hendrik van Brederode.
3. Graafschap Culemborg, graaf Floris van Pallandt.
4. Land van Arkel.
5. Graafschap Leerdam, graaf Willem I van Oranje.
6. Ampt Beesd,
7. Rhenoy, hertog van Gelre.
8. Abdij Mariënwaerdt, abt Petrus van Zuyren.
9. Graafschap Buren, graaf Willem I van Oranje.
10. Baronie van Acquoy, baron Willem I van Oranje.
11. Stad Asperen, baron Wessel van den Boetselaer.

Acquoy 1531-1568 Willem I van Oranje
Acquoy 1533-1584 Hendrik van Brederode

1537-1598 Graaf Floris van Pallandt
Acquoy Rutger W. van den Boetselaer,
zoon van Wessel

De hier boven afgebeelde edelen hadden in onze omgeving veel macht. Zij voerden de bevelen uit van Philips de II koning van Spanje en heer der Nederlanden.

Willem van Oranje en de twee jaar oudere Hendrik van Brederode kennen elkaar al heel lang. Samen zijn ze als page (hofjonker) aan het hof van de landvoogdes Margretha van Parma, de halfzus van koning Philips de II, in Brussel opgeleid. Hendrik die kinderloos was, had in zijn testament alles vermaakt aan zijn vriend Willem van Oranje.

Hendrik van Brederode, heer van Vianen, verbindt zich kort na 1560 met de protesterende adel. Hij heeft, net zoals zovele Hollanders, felle kritiek op de vaak decadente katholieke geestelijken maar vooral ook op de kleine kring adviseurs van het centrale gezag in Madrid. De lage edelen worden vervangen door ambtenaren van de koning. De komst van de machtige Granvelle die de kettervervolging zelfs nieuw leven inblaast, is voor Van Brederode aanleiding openlijk te kiezen voor het nieuwe geloof. Met de bevolking in de Betuwe ging het slecht, overstromingen en misoogsten brachten vele tot armoede en hongersnood. Toen Filips de II, koning van Spanje en Heer der Nederlanden, de belastingen ging verhogen, sloeg de vlam in de pan. De volkswoede keerde zich tegen de rijkdom van de kerken.

Van Brederode was samen met graaf Floris van Pallandt van Culemborg en graaf Lodewijk van Nassau (de jongere broer van Willem van Oranje) de aanstichter van het Verbond van Edelen. In het Smeekschrift staan een aantal eisen over de verzachting van de Plakkaten tegen de (protestantse) ketterij en het stoppen van de werkzaamheden van de Inquisiteurs. Op 5 april 1565 vertrokken 400 edelen naar Brussel, waar zij hun smeekschrift aan de landvoogdes Margaretha van Parma wilden aanbieden. Hendrik voerde het woord, en legde er de nadruk op dat de edelen geen oproer kraaiden, en dat hun geschrift ook niet tegen het Spaanse gezag was gericht, ze wilden slechts verzachting van de maatregelen tegen de aanhangers van de nieuwe godsdienst, het protestantisme en verlaging van de belastingen. Margretha schrok van de grote groep edelen die het smeekschrift kwamen aanbieden. Een raadgever fluisterde in het Frans: ”Ach het zijn maar bedelaars”. Het Franse woord voor bedelaars gueux. Hendrik van Brederode verheft het woord geus de volgende dag tot erewoord voor de rebellen. Hij noemt zich de grote Geus.

Acquoy Smeekschrift
Acquoy Hendrik van Brederode die het smeekschrift aanbied en Wessel van de Boetselaer met zijn 5 zonen

Op 8 oktober 1566 werd onder leiding van Wessel van de Boetselaer, als een van de eerste kerken, de St. Catharinakerk kerk te Asperen vernield en leeggeroofd. De beeldenstorm was begonnen en vele kerken werden vernield. Een groepje raddraaiers trok van het ene dorp naar het andere. Was de kasteelheer het hier mee eens, dan werden de beelden vernield en de kerk leeggeroofd. Was de kasteelheer het niet met de raddraaiers eens, dan trokken ze verder naar het volgende dorp.
Acquoy 1522-1586 Margretha van Parma
Acquoy 1527-1598 Philips de II heer van Nederland
Acquoy Ferdinand Alvarez de Toledo, hertog van Alva

Als Philips de II op de hoogte gebracht wordt wat er zo in de Lage landen plaats vind, dan stuurt hij de Hertog van Alva op 5 april 1567 met een leger naar Nederland om orde op zaken te brengen. Op het harnas van Alva staan twee afbeeldingen gegraveerd. Op een van deze afbeeldingen zien we Alva geknield bij het kruis met Jezus. Hij belooft Jezus de ketters in Holland een lesje te leren en de afvalligen te doden.

Hendrik van Brederode wil samen met Willem van Oranje Alva tegenhouden. Willem twijfelt en weigert mee te doen en Hendrik staat er alleen voor. In Oosterweel bij Antwerpen wordt het geuzenleger in de pan gehakt.

Alva komt op 22 augustus 1567 aan in Brussel. Hij stelde een Bijzonder Gerechtshof in, de zogenaamde Raad van Beroerten. Dit gerechtshof werd door het volk al snel Bloedraad genoemd. Niet voor niets: naar schatting werden er 6.000 tot 8.000 protestanten door de Raad van Beroerten veroordeeld. De graven Van Egmond en Horne worden als voorbeeld onthoofd op de markt van Brussel.

Acquoy Onthoofding op de markt van Brussel van graaf van Egmond en graaf van Horne 5 juni 1568

Hendrik van Brederode en Willem van Oranje vluchten naar Duitsland. Hendrik van Brederode was teleurgesteld in Willem van Oranje wegens zijn twijfelachtige houding tegen Philips de II en schrapte Willem uit zijn testament, zijn zuster die met Van Bronckhorst trouwde, wordt zijn enige erfgenaam.

Eerder schreef ik dat Willem van Oranje pas in verzet kwam tegen Koning Philips de II, nadat zijn zoon prins Philip Willem, in het voorjaar van 1568 werd ontvoerd door Philips de II. Met zijn verzet begon de 80 jarige oorlog op 23 mei 1568 en eindigde op 15 mei 1648.

Acquoy Harnas van Alva.
Acquoy Spaanse en Nederlandse onderhandelaars.
Acquoy Laatste folio van het verdrag.

In Munster werd op 15 mei 1648 de vrede gesloten tussen Spanje en de Republiek der Verenigde Provinciën, hierdoor kwam een einde aan de tachtig jarige oorlog. Het verdrag beslaat 40 folio’s, waarvan de laatste hierboven is afgebeeld, met daarop de handtekeningen en cachetten van de onderhandelaars.


Acquoy A. F. Verstegen