Geschiedenis van het Huis Acquoy 1520 - 1756
Door A.F. Verstegen 2018

Acquoy Ingang via Lingedijk
Acquoy Ingang via Nieuwe Steeg

De eigenaar van het Huis Acquoy, waar de burcht gestaan heeft, gaf het Huis Acquoy aan een leenman. Deze leenman inde de inkomsten uit de Heerlijkheid van Acquoy. De lenen waren erfelijk en meestal erfde de oudste zoon deze. Bij elke vererving moest deze leen door de leenheer goedgekeurd worden. De heerlijke rechten die de leenman had waren o.a. het tiendrecht, vis en jachtrecht, verhuur van de korenmolen, veer en tol rechten en hij had het recht van wind. De meeste rechten bleven aan de heerlijkheid verbonden en gingen steeds over op de nieuwe heer. Verder had de leenheer (baron) collatie recht, het recht om een dominee te benoemen. De bewoners werden Heere en Vrouwe van Acquoy genoemd.

Leenmannen van Huis Acquoy.

Hieronder volgen enkele akten waarin de leenheer, het Huis Acquoy in leen geeft aan de leenman.

In 1520 geeft Floris van Egmond, heer van Acquoy, Huis Acquoy in leen aan Aelbert Floris Dirckz.

Uit deze akte blijkt dus dat het kasteel van Acquoy in 1520 niet meer aanwezig was.

Floris van Egmond heer van IJsselstein en Ackoij deelt mede dat op heden Aelbert Floris Dirckz het Huis Akoij met de daarom liggende lande-rijen in leen geeft voor 6 gouden Philippus guldens per jaar. De betaling moet geschieden op 29 juni. Gepasseerd de 2e febr. 1520.

Leenakte in extenso, lees voor een i een e a of o (ovirgigivin = overgegeven = afgestaan) (mit illi = met alle) (groit = groot)

Acquoy

Wij Floris van Egmondt Heer tot ijselsteijn ’t sint mertensdijck tot scerpeness tot ackoij tot Jaersvelt ick doen cond allen huijden die dese onsen brieff sullen sien ofte lezen dat wij bij onsin vrijin moet willin opgedraghen in ovirgigiven hibbin Ailbert Floris Dierickz disin naibinoimde goidin in inin irfthijns in din iirstin die plaits dairt hooghe huijs indi voorbocht plach thi stain mittin singhel (gracht) daer ront om lopinde mit illi sijnen vrijheden als tienden van biistin (beesten) cijns (belasting) en der ghetijcken als dat van outs gheweest is noch die boomgaert duijffhuijs dat riet plickskin en din stiinhovi also groit en also cleijn als dat daer gheleghe is alle dit voerschreven goet the ghebruijkken met alle ‘t gheen hij daer op vijnt sonder alleen ’t vourse goet niet te verminderen noch the vererghen alle dinck sonder arch off list ewilick (eweleck, eeuwig) ende erflijk (in eigendom) voir sesthien gauwen hollansche phs (Philips de Schone) gulden jairs off vijf en twijntigh hollandse stuijvers voir elck phs gulden off paijement (afbetaling) huere weerden daer die eerste doch van bethalinghe off wesen sal sinte peters ad cathedram (29 juni) nu naest comede en so voirt van jaer tot jaer vervolghende daer boven dese goeden naest geleghen sluijs (waar Acquoy begint) campen ende waert gheleghen eghenedigh heere veirthien hont lands noch vijff halve merghe lands noch vierhalve merghe lants beneden westwaerts naest gheleghen die ghemeijne steghe (Nieuwe Steeg) en suijtwaerts streckende den linghen dijck noch so sijnt voirwaerden dat wij altijt die plaets houwen (?) sullen daer nu ten tijt onsse rosmolen op staet onbeswaert van ijimants want wij floris van egmont willen dat allen (?) vant en ghestedich wesen sall so hebben wij onsen seghel hier onder aen desen brief ghehanghen op the tweede dagh in februario anno vijftien hondert twijntich.

Acquoy loris van Egmond graaf van Buren, heer van Acquoy
Acquoy Philippus gouden gulden


In 1629 geeft Frederik Hendrik van Oranje, baron van Acquoy, Huis Acquoy in leen aan Wijnand Arensen van de Graaf

Acquoy

Wij Frederick Hendrick bij de gratie Godts Prince van Oranje Grave van Nassau Catzenellebogen (Graafschap Katzenelnbogen aan de Rijn) Acoij….Linge….Grave van Bueren en Leerdam en Marquis van Vere ende Vlissingen Heere en Baron van Breda der stadt Grave ende lande van Kuijck Diest Grimbergen Herstal (stad in België) Cranendonck Warnestoij Arlag Noseroij St. Vijt Doesborch Polanen Willemstadt Nurvaert IJselsteijn St. Maertensdijk en Castaen Peijnaert de Hooge ende Laege Walie Naeltwijck etc. etc. Burggrave van Antwerpen ende Bissaneon Grts (Groot) Maerschaleck van Hollant Gouverneur van Gelderland Hollant Zeelant Westfrieslant Sutphen Uijtrecht ende Overijsel Captien Generael ende Adminirael der Vereenigde Nederlanden Doen cont eene Zeegels dat voor den E (Edele) Heeren Cornelis Dimmer, Drossaert der stede en Graefschap Leerdam onsen lieven en getrouwen Stadhouder gecomen ende gecompareert sijn Lijsken Gijsbers weduwe wijlen Willem Jansen in leven gewesen Scholtus tot Merkerck geamoveert met Jan van Acquoij hare swager ende getrouwe voocht in desen voor haer selven ende mede de voorschreven Lijsken Gijsbers ende Otz Jansen als moeder ende oom ende voocht van de nagelate weeskinderen van Zaliger Willem Jansen voornoemd met naeme Geertien Seger Gijbertien ende Guetien Willems ende mede als curatie hebbende van Jan en Marie Willems gepassseert voor den notaris Jr. Boegene van dato den sevenden dagh der maent September xvi xxix (7 sept. 1629) voor den voorschreven vertoont Evert Willems voor hem selven als man ende voocht van Ariaentien Willems alle tesamen kinderen van ende Ervegenamen van Zaliger Willem Jansen voornoemd ende hebben indie qualiteit bij onsen wille ende concentie (overeenkomst) opgedragen ende overgegeven als regt is Wijnant Arensen van de Graef alle alsulcken erfthijns als te weten daert Hoogh Huijs ende dat voorgeburcht gelegen in onse heerlijkckheijt van Acquoy placht te staen metten ’t singel daer rontomme loopende met allen sijnen vrijheden als thienden ende veertenthijns schattingen ende diergelijcken van outs geweest is alles naer luijt der ouder brieven daer van sijnde te houden van ons onse naecomende Heeren offte vrouwen tot Acquoij hen sijne erven ende naecomelingen behelst ons ende eenen iegelijcks anders sijns goet rechts wedergaert dat den voornoemde Wijnant Arensen ofte sijne nacomelingen ende erffgenaemen jaerlijcx tellen St. Petrus daegen ad Cathedram voor desen voorschreven erfthijns ons betalen sal sesthien Hollantse Philippus guldens ieder Philippus gulden gereekent tot vijff ende twintich Hoolantse stuijvers ofte paijement handen weerde alles sonder arch ofte list gegeven binnen onsen stede van Lerdam onder onsen Segel van Leenen hieronder aen doen hangen op den xxvi novenb. xvi negen ende twintigh oude stijl. In kennisse van mij als Griffier van de Heeren ondertheijkent Otto van Eck.

In 1649 krijgt Jan Antonius van Wervelinckhoven gehuwd met een dochter van Wijnand van de Graaf het leen van Willem II

Akte niet aanwezig, onderstaande komt uit archief Aartsbisdom Utrecht.

In een leenbrief van het jaar 1649 den 13den Augustus wordt Jan Antonius van W e v e l i n c k h o o v e n gehuwd met eene dochter van wijlen Wijnand van de Gracht, die er mede beleend was geweest, beleend ”met den Heerlyckheyt Acquoy” door Willem (Willem II) by de gratie Godts Prince van Orange, Grave van Nassau Buyren, Leerdam en Acquoy etc.," onder verplichting, jaerlicx St. Peters daegen ad Cathedram (29 juni) voor desen erffthynsons betaelen sal vyfthien Hollandtsche Philippus guldens." In een schepenbrief van schout en schepenen van Acquoy van 1714 worden genoemd als leenheeren Jan Baltesar van W e v e l i n c h o v e n Eait ordinaris van den Hove vant overquartier van Gelderlandt ende Hendrick Constantius van Welinckhoven Hofraed van syne Ehrentfurstelycke doorluchtigheyt van de palts en keyserleycke postmeister tot pempelfort. Eerstgenoemde J. B. van Wevelinghove, in leven raadsheer binnen Roermond, zooals hij in de verkoopacte van 17 September 1756 genoemd wordt, heeft in genoemde acte bepaald, dat uit de hofstede genaamd het Huis Acquoy, jaarlijks aan den tijdelijken pastoor van Rhenoy, een half mud tarwe oude maat als thyns moet worden opgebracht. Alle waarschijnlijkst is die thyns afkomstig uit veel vroegere jaren, misschien wel uit den tijd voor de Hervorming, toen bestemd voor den geestelijke van Acquoy en later overgeschreven door de familie van Wevelinghove op den tijdelijken pastoor van Rhenoy. Op de lijst der personen wier titels van adeldom op de registers van den hoogén raad van adel in 1846 waren ingeschreven, vinden wij vermeld Henricus Balthazar, Baron van Wevelinchoven Sittert, en Charles Joseph Antoine Baron van Wevelinchoven Sittert, wonende te 's Gravenhage. Doch de namen van de oude familiën de Ruyter en Pieck worden daar niet meer onder de adellijken aangetroffen. Sic transit gloria mundi (zo gaat de glorie van de wereld).

In 1756 den 6e aug. geeft Willem de Vijfde, baron van Acquoy, Huis Acquoy in leen aan Joanna Maria van Wervelinghoven.

Acquoy

Wij Willem de Vijfde bij der gratie Gods Prince van Oranje en Nassau Graave van Buren en Leerdam & & & verleijen (belenen, in onderpand geven voor geld) en verlenen zoo als wij verlijen verleenen bij dezen brieven de Wel Edele Vrouwe Joanna Maria van Wervelinghoven Gemalinne van den Wel Edele Heere Johan Bernhard Hendrik van Haselbagh Capiteijn ten dienste van Haare Keijser en Koninklijke Majesteijt met alzulken Erfthijns als daar het Hooge Huijs ende Voorburgte plag te staen gelegen in de Baronie van Acquoy met de Cingel daer rontom loopende met alle zijn vrijheeden als Thienden & als van Outsdaer aan geweest is nae Luijd der reede brieven zoo als ’t haer Wel Edele is aengekoomen door Doode en afsterven van Haer Wel Edele Broeder Frederik Hoijsius van Wervelinckhoven laast verheeven de 11e Augustus 1750 omme dezelve te houden van ons en onze Nakomelingen Graven en Gravin-nen van Leerdam en een ijgelijke anderzijns goet regt Welverstaande dat de voornoemde Vrouwe Joanna Maria van Wervelinckhoven ofte heere Erfthijns ons betalen zal sestien Hollandse Philips Guldens gerekent tot vijf en twintig stuijvers Hollands het stuk of Paije-ment ? Waarde en heeft de Heer en Mr. Willem Hendrik van Os als last en Procuratie heb-bende van Vrouwe Joanna Maria van Wervelinckhoven voornoemt den behoorlijken huld van trouwe gedaen onder handtastinge van de Heer Jacobus Hofman gesubstitueerde houder zoo als een goed getrouwe Leenman zijnen Leenheer ???? behoorende te doen ??? geschiede waren bij aan ende over den Heer Rentmeester Jo van Voorde en den Heere Casparus van Varsevelt als Leenmannen Gegeeven binnen onze Graafschap Leerdam onder onzen ?? Den 6e Augustus 1756. In kennisse van mij Griffier van de Leenen C: V: Varsevelt 1756.


(1) 1-5-1756
Johanna Maria van Wervelinckhoven verpacht de landerijen gelegen op Acquoy aan Jan de Bruijn voor 170 gulden per jaar. Jan de Bruijn gaat wonen op de Hofstede Acquoy en moet tijns betalen aan de Leenheer, baron Willem V, voor de leenrechten behorende bij de Heerlijkheid Acquoy.

(2) 28-9-1756
Johanna M. van Wervelinckhoven geeft vrijwillig haar leen van de Hofstede Acquoy terug aan Willem V en verkoopt Huis Acquoy aan Jan de Bruijn voor 625 gulden.

(3) 8-11-1756
Baron Willem V verlijen (belenen) en verlenen de Hofstede Acquoy aan Jan de Bruijn voor 16 gulden per jaar. Jan heeft dus de Leenrechten behorende bij de Heerlijkheid Acquoy.