Huys Acquoy

Huys Acquoy Kadastrale kaart van Acquoy uit 1832

Op deze kaart kunnen we nog duidelijk zien waar het kasteel van Acquoy heeft gestaan.

Van dit kasteel is geen afbeelding gevonden. In 1756 moet Willem Hendrik van Osch voor zijn heer (de Baron van Acquoy prins Willem V) het huis te Acquoy (de boerderij die bij het voormalig kasteel stond) en de omliggende landerijen verhuren. Deze verhuur wordt publiekelijk bekend gemaakt op den 4e februari 1756 in het bijzijn van de Schout en Schepenen van Acquoy. De verhuur gaat in op den 1e mei 1756 en eindigt op den laatste dag van april 1763. In de verhuur voorwaarden wordt o.a. bepaald dat de pastoor van Rhenoy elk jaar 1 schepel rogge en 1 zak bessen krijgt. Aan het arme gasthuis te Acquoy moet de huurder elk jaar 2 schepel tarwe geven. Ook moet hij aan de baron van Acquoy 20 gulden belasting per jaar betalen. De heer Jan de Bruin huurt deze hofstede met de erom liggende landerijen voor 170 carolus guldens per jaar (gouden munt met de beeldenaar van Karel de Stoute).

Op 5 oktober 1756 verkopen dhr. J. B. van Haasenbach en dhr. J. B. van Wervelinghoven raads Ordina rissen van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zuthen in opdracht van prins Willem V aan Jan de Bruin het huis en hofstede, van oudst genaamd het “Huys te Acquoy” met schuur, agterhuys en 2 hooibergen met de erom liggende landerijen (zie blauwe pijl op de kaart). Het verkochte wordt belast met een jaarlijkse thyns (belasting) van 20 gulden t.b.v. den Heer Baron van Acquoy en met 2 schepel (10 liter) tarwe t.b.v. de den Heer pastoor van Rhenoy. De verkoop prijs was bepaald op 625 gulden.

In 1795 breekt de familie de Bruin de boerderij af en bouwen op dezelfde plaats een nieuwe. De familie de Bruin hebben op de boerderij gewoond tot 1978. In dat jaar ging Jan de Bruin door de ruilverkaveling naar de polder in Rhenoy.

Acquoy A. F. Verstegen 2018