Geschiedenis van de kerken uit Acquoy, Rhenoy en Gellicum
door A.F. Verstegen

De opstand tegen de katholieke kerk in Nederland begon in 1566. Aanleiding was dat de Spaanse Koning Philips II Heer der Nerdelanden de belastingen wilde verhogen. Willem de Zwijger bood weinig weerstand en zijn vriend Hendrik van Brederode stond er nagenoeg alleen voor om de Spaanse Hertog van Alva tegen te houden die hier de orde moest herstellen. Eenmaal in Nederland voerde hij een schrikbewind uit. Op aanraden van kardinaal Granvelle beveelt Philips II in 1568 dat zijn petekind Philips Willem, de zoon van Willem de Zwijger, op de universiteit in Leuven moet worden aangehouden om zijn opvoeding in Spanje te voltooien. De secretaris van hertog van Alva haalt de jonge graaf van Buren met een geleide van vier edellieden en twaalf hellebaardiers van de hogeschool. Hierdoor kwam Willem de Zwijger in verzet en de tachtigjarige oorlog was begonnen.
schlderij Dit schilderij is van David van der Kellen III (Amsterdams Museum)

In 1648 werd in Munster de vrede getekend. Belangrijkste bepalingen van de vrede van Munster waren:

In Acquoy waar de baronnen Van Oranjes de macht hadden werden geen schuilkerken toegestaan. Immers zij hadden 80 jaar gevochten tegen de katholieken. Ook in Gellicum werden geen schuilkerken toegestaan door de baronnen Van Tengnagell. In Rhenoy waar de Ambtman de bevelen van de Hertog van Gelre uitoefende en waar de familie Bos al van 1620 de macht hadden, was wel een schuilkerk en wel bij katholiek gebleven familie de Ruyter en toen Jan de Ruyter overleed ging het huis met de goederen over naar de familie baron Speyart van Woerden. Johannes Vree boterkoper uit Middelburg katholiek, kerkmeester en rentmeester bij baron Speyart van Woerden.

Hij schreef in zijn dagboek: Uit de wijde omgeving kwamen de katholieken uit Acquoy, Gellicum, Rumpt, Asperen en Leerdam kerken in Rhenoy. Ruim anderhalve eeuw is de statie (missie, verkondiging van het geloof) van Rhenoy bediend door kloosterlingen van de abdij van Postel. Verder schrijft Johannes in zijn dagboek hoeveel macht de hervormde baron in Gellicum had in zijn dorp.

schlderij Woonhuis van baron Speyart van Woerden

schlderij Kasteel van de baronnen Van Tengnagell waar Rijk op bezoek ging

Het gebeurde dan, weinig na het jaar zeventig (1870) dat in het dorp een katholiek huisman, (Herbert) die reeds hoge jaren telde, het einde van zijn aardse leven voelde naderen. Men zag hem niet meer buiten en de spraak ging dan ook door het dorp, dat hij weldra op stro zou liggen. Het was laat in de namiddag, de grijsaard lag in zijne bedstede, naast den haard, aan het hoofdeinde zat zijn schoondochter, de vrouw van zijn enige zoon en bij het raam leerden haar kinderen, twee knaapjes van negen en tien jaar, de vragen die zij den volgende dag in de kerk moesten opzeggen. Kerk noemde men den zolder des pastoors woning in het dorp, dat aan de overzijde van de rivier gelegen was, Rhenoy. Mij dunkt, Maaike (zo sprak de oude man tot zij schoondochter) dat Rijk (zo heette zijn zoon) lang uitblijft. Och vader, hij zal den Heer niet zo ten eerste hebben kunne spreken. Ik heb nog al hoop. De Heer wil ook nog wel eens ene goede bui voor mij hebben. Ik heb menige stap voor hem gezet, om hem plezier te doen en welvijftig jaren geleden heb ik den wilde jongen eens uit het water gehaald. Maaike hoorde dit laatste voor de honderdste maal, maar zij deelde de hoop des grijzen niet. Rijk was namelijk, op gestadig aanhouden zijns vader naar het kasteel gegaan, ten einde van den Heer verlof te vragen om den pastoor te halen. In ene voorzaal van het slot gelaten, zag hij na enig verwijl, den gevreesde Heer naderen.

 
Met beide handen den hoed met het open zich toegekeerd, voor zijn lijf houdende, sprak Rijk: Mijnheer van……….…moet goeden dag hebben van mijn vader en die laat u vriendelijk verzoeken, of hij, als het u belieft, den pastoor bij zich mag laten komen ? Pastoor, wat pastoor, in de verste verte niet, dat een Paap hier zijn superstitieuze (bijgelovige) praktijken komt verrichten. Dat heb ik u immers al doen aanzeggen. Maar Mijnheer, vader is oud en ziek. Zou hij dan moeten sterven zonder ? In mijn dorp duld ik geen Paapse handelingen. Zo ik hem vind, schiet ik hem overhoop. En daarmee, pak u weg. Neerslachtig verwijderde hij zich nu ook en verliet met langzame tred het kasteel. Dan toen hij het binnen plein reeds over was en de slotpoort door zou gaan, klonk hem van terzijde op tergende toon, in de oren Paap, Paap. Rijk zag dat het Peter was de koetsier van de Heer. Om een lang verhaal kort te maken. De grijsaard werd de volgende dag door zijn zoon de Linge overgevaren naar Rhenoy waar de ambachtsheer niets te vertellen had, daar werd hij bediend door de Rhenoyse pastoor. Voor dat Rijk met zijn vader terug was in Gellicum was de man reeds overleden.

 
Dan enige jaren later heeft Napoleon in Nederland alles verandert. Vrijheid, gelijkheid en broederschap hebben de adel doen verdwijnen. De Bataafse omwenteling bracht de rooms-katholieken en de andere niet-gereformeerden gezindten de formele gelijk berechtiging, waarna zij zo lang hadden uitgekeken. De staatsregeling van 1798 maakte het, onder voorwaarden, terug krijgen van de kerkgebouwen door de rooms-katholieken mogelijk. De lokale besturen kregen het recht om na overeenstemming van de plaatselijke kerkgemeenten, de kerk en pastorie over te dragen aan de gemeente met het grootste aantal lidmaten. Deze moest dan wel een vergoeding betalen aan de kleinere gemeente.

 
Hoe verliep dat in de dorpen Acquoy, Rhenoy en Gellicum ? In de archieven vonden we hoe het ging met de kerk van Acquoy, Rhenoy en Gellicum.

 
Acquoy, in dat dorp waren maar enkele katholieken. Hier veranderde niets de kerk was een hervormden kerk en dat bleef zo.

 
Rhenoy, hier waren 148 katholieken en slechts 50 hervormden. De kerk bleef hervormd.

 
Gellicum, hier waren 138 katholieken en slechts 80 hervormden. De kerk werd in 1806 overgedragen aan de katholieken.

schlderij Hervormde kerk Acquoy 1784

schlderij Hervormde kerk Acquoy, gerestaureerd in 1844

 
Naasting (overneming) Gereformeerde kerk van Rhenoy

Een commissie bestaande uit kerkleden stelde een inventarislijs op.
Huis Pastorie   1.100,00
Kerkgebouw   3.239,00

 
Gelijk consteert (volgt) uit de taxatie ten deze gevoegd sub lid C En daar tot voorschreven kerkgebouw ook zijn behoren enige stoelen en banken en verdere kerkgoederen welke mede door voorschreven deses zijn getaxeerd waardig wezen ene somma van 89-10-0 blijkens taxatie genoemd. Vermits de publique verpachting van kerklanderijen verpondingen van hout waarvan in de lasten toebehorende den kerkbestuur in de jaren 1787 tot 1794 ingesloten hebben minder opgebracht als wegens aan de gewoonlijke jaarlijkse uitgaven en reparaties over dezelve jaren uitgegeven is een somma van 248-8-1 etc. etc.
Waarde kerkgebouw en pastorie   4.339,00
Stoelen en banken   89,50
Waarde landerijen van de kerk   1.250,00
Kerk en kerkhof   800,00
Hekje om de preekstoel   8,00
Preekstoel   25,00
Bank   2,00
Vier zitplaatsen   10,00
Zes bijbels   16,00
Koperen kroon   9,00
Gezaamlijke schulden en lasten   1.263,49

 
Als de roomsen het kerkgebouw naasten (overnemen) dan zouden ze uit moeten keren 5.277,51 gulden. Toch werd de kerk behouden door de hervormden. Hoe kon dit gebeuren?

De rooms katholieken hadden 148- en de protestanten 50 zielen. Dus de roomsen hadden recht op de teruggave van de kerk. Diederik Bos als oud Ambtman had veel invloed en werd door de Katholieken gevreesd en ontzien. Pastoor Gerardus van der Vorst, te Lierop geboren, den 18e november 1729, werd door Thomas Maria Ghilini Nuntius te Brussel, tot pastoor van Rhenoy benoemd. De schuilkerk was veel te klein en bouwvallig geworden. In 1772-1773 had hij de schuilkerk grotendeels vernieuwd door milde bijdragen van de Abdij van Postel. De opvolger van pastoor G. van der Vorst, pastoor Van Gessel kon goed overweg met de hervormden en de ijvervolle pastoor besloot ene nieuwe kerk en pastorie te bouwen. Deze besloot om koning Willem I te verzoeken om middelen beschikbaar te stellen voor de bouw van een nieuwe rooms-katholieken kerk. Toen pastoor Van Gessel plotseling overleed in 1808, werd hij drie dagen later plechtig in de hervormde kerk begraven. Het was een zonderlinge begrafenis, er waren meer protestanten aanwezig dan katholieken. Zij werden allen een kostelijke maaltijd voorgezet waar de wijn niet ontbrak.

In 1829 stelde koning Willem I 16000 gulden uit de algemene middelen beschikbaar om een nieuwe kerk en pastorie te bouwen. De grond waarop deze kerk gebouwd werd, naast de woning van de familie Speyart van Woerden, werd beschikbaar gesteld door vrouwe M: Douairière Speyart van Woerden geboren Willemska wonende te Arnhem.

schlderij

schlderij R.K. kerk gebouwd rechts van de woning van de familie de Ruijter en later van baron Speyart van Woerden, waar voorheen de katholieken kerkten.

Hier nog een stukje uit het dagboek van Johannes Vree.

 
Dan zag ik dikwijls, des Zondags, vooral ene ouden man voorbij gaan, lang en stijf, als de eiken stok, dien hij in den hand hield. Zijn donker gelaat verborg zich onder den brede rand van zijn hoed. Als hij bij ons voorbij ging, zag hij altijd strak voor zich en ik herinner mij niet, dat die onvriendelijke man mij ooit gegroet heeft. Maar altoos vermeed hij met zorg het zien van een gebouw, dat op geringe afstand tegenover onze deur stond. Dat gebouw was de katholieke kerk, aldaar enige jaren te voren gesticht en die man die deze kerk niet zien wilde was Peter de koetsier van den Heer van Gellicum. Al de personen in het treurig geval van Herbert betrokken, waren gestorven, Peter alleen leefde nog. Dan hoe waren de zaken veranderd. Peter kon in het dorp, waaruit weleer, den pastoor geweerd was, geen predikant meer horen, want de dorpskerk, toen door de protestanten gebruikt, was nu in handen der katholieken. Hij moest dan iedere Zondag, wilde hij de preek bijwonen, de rivier oversteken en wel op dezelfde plaats, war men er Herbert had overgebracht. Het kasteel, voorheen door den Ambachtsheer bewoond, bestond niet meer, de ene steen was niet op den andere gebleven, maar aan het einde van den tuin des kasteel, had men een nieuwe woning gebouwd voor den pastoor. Peter verscheen door de Voorzienigheid bij het leven bewaard, alleen om dit alles te zien, om den her bloei van den katholieken godsdienst te aanschouwen. En waarlijk, dat was een straf.

kerk RK Pastorie gebouwd op de plaats waar het kasteel gestaan heeft.

Naasting Gereformeerde kerk van Gellicum

 
In de vergadering gehouden de 25e augustus 1798 werden als gecommitteerden benoemd de predikant P. Hondius, Th. A. van Son en Peter Sengers. De waarde van de pastorie en de inventaris van de kerk die zij opmaakten bedroeg 15.050 gulden. De rooms katholieken hadden 138- en de Protestanten 80 zielen. Er was langdurig verzet van de hervormden. De vasthoudende Gellicumse katholieken kregen de kerk echter toch weer in handen. De rooms katholieken hadden de oude kerk genaast in 1806. De hervormden vroegen aan de koning een bijdrage voor de bouw van een nieuwe NH kerk. Deze werd in gebruik genomen in 1825. In 1928 brandde de kerk af en werd herbouwd in 1929 In het jaar 2015 werd de kerk verkocht.

kerk RK kerk met voor de toren het schepenhuis

kerk NH kerk

Links van de RK kerk ligt een hervormde begraafplaats, rechts van deze kerk ligt een rooms katholieke begraafplaats en geheel rechts een oecumenische begraafplaats.