Het testament van Mr. Dirck Folpertsz 1521

Op 17 April 1521 maakte Mr. Dirck Flopertsz (Folpert zoon) pastoor te Acquoy voor de schepenen van Acquoy zijn testament. De aanhef luidt: In de naam ons Heeren, Amen. Tot lof ende eerwaerdigheijt van God almaghtigh en Maria sijnne ghebenedide Moeder etc. Het testament werd in het Latijn geschreven.

Folpertsz gaf vervolgens aan dat na zijn overlijden zijn lichaam in de gewijde aarde van Asperense parochiekerk bij zijn broeder zaliger gedachten begraven moest worden. In dezelfde kerk moest ter ere van God en Folpertsz ziel twee altaren worden gesticht en waarvoor zestien morgen land gelegen onder Acquoy voor de benodigde inkomsten moesten zorgen. Deze gronden werden aangeduid als Vicary Acquoy. Deze landerijen zijn na de ruilverkaveling in twee blokken verdeeld. Het ene blok van 1 Ha. pacht de heer P. Bullee en het andere blok 9 Ha. pacht F. M. Verstegen. Voor de reformatie waren er ca. 300 vicaryen in Nederland. Tevens stelde hij zijn zuster aan als collator die na zijn overlijden een vicaris moest benoemen. Na het overlijden van zijn zus Goltken Folpertsd moest een bloedverwant in rechte lijn collator worden, waarbij de mannen voorrang hadden boven de vrouwen. Aan de Acquoyse kerk werden vijftien Rijnse guldens toebedeeld voor een eeuwige memorie op de eerste zondag in mei. Tevens moest de vicaris, die de pacht inkomsten inde, er voor zorgen dat er regelmatig voor Dirck Folpertsz gebeden werd. In die tijd dacht men dat je na je dood in een vagevuur terecht kwam. Hoe meer er gebeden werd hoe eerder je het vagevuur verlaten kon. Dat bidden door de Pastoor koste natuurlijk extra geld. Verder staat het testament nog vol met allerlei wensen die uitgevoerd moesten worden.

Na de reformatie (beeldenstorm 1566 en de 80 jarige oorlog) werden deze gebruiken verboden. De inkomsten van de vicary goederen werden anders besteed. Diverse instanties hebben hiervoor regels opgesteld. Acquoy viel de ene keer onder het Hof van Utrecht en dan weer onder het Hof van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen wat in Arnhem zetelde. Tevens werden de regels in het verleden niet nauwgezet opgevolgd. Ook de baronnen van Acquoy waar enkele vicarissen in dienst geweest zijn hanteerden hun eigen regels. Napoleon heeft nog enkele wetten uitgevaardigd, waarbij de staat de landerijen in bezit kreeg als er geen vicaris meer was te benoemen. Daarom werd er door de minister van binnenlandse zaken een register bijgehouden waarin de benoeming van de collator en vicaris werd genoteerd. Rond de jaren 70 van de vorige eeuw heeft de regering Den Uijl weer de regels aangepast. De Nederlandse staat wilde geen bemoeienis meer over de Vicaryen. De toen nog bestaande vicaryen hebben nieuwe stichtingen in het leven geroepen met nieuwe statuten. De pachtopbrengsten werden anders besteed. Merkwaardig is dat de Vicary Acquoy nog steeds een collator (de kerkenraad van de NH kerk van Acquoy sinds 1918) en een vicaris heeft.

Acquoy A. F. Verstegen 2017